KLUIFJE  - KLUIFJE KIJK

 

Aanvulling bij de publicatie in Hondenmanieren nr. 10 oktober 2013

 

direct naar de voorbeelden

 

Inleiding

Universeel heeft de mens neiging om dieren óf te overheersen, beschermen, of betuttelen. Een hondenbaas is allesbehalve bazig. Hij is een begeleider met naturelle overwicht die zich altijd kalm gedraagt, zonder gebruik te maken van dwang, schreeuwen of angst/pijnprikkels.

 

Wanneer een hond in zijn vrijheid wordt beknot, wordt het voor hem moeilijker om soorteigen gedrag te ontplooien. Wordt een autonoom wezen ook nog eens gepamperd, dan raakt hij een substantieel deel van zichzelf kwijt: zijn talent om zich te handhaven. Wist je dat je zo onbedoeld jouw hond zelfs in gevaar kunt brengen? Omdat hij zijn goede hondenmanieren is verloren, begrijpen soortgenoten hem niet meer (en vice versa). Aan de hand van ‘de Kluifje Kijk’ wil Cela den Biesen hondeneigenaars graag bewust maken. Honden moeten zich kunnen uitleven. Laat jouw hond hond zijn. Dat kan hij namelijk als geen ander!

 

Anders

Menigeen zal een knop om moeten zetten. Van een hond wordt geheel onterecht verwacht dat hij volmaakt is, terwijl geen enkel mens perfect is. De hond moet als het ware een betere ik zijn. Hij moet alles begrijpen wat wij van hem vragen, ondanks dat we misschien tegenstrijdige of onduidelijke signalen afgeven. Zie jouw hond voor vol aan. Vertrouw hem en laat hem zijn eigen natuur volgen. Heb oog voor zijn uniciteit. Zie zijn mogelijkheden en beperkingen en anticipeer daarop. Hondenlogica wil nog weleens verschillen met die van de mens. De basis is goede wil, en wederzijds vertrouwen. Hoe je jouw hond ook ziet, als vrijetijdsbesteding of familie, zorg dat je beiden plezier aan elkaar beleeft. Daar heb je ‘m immers voor aangeschaft.

 

De hond als huishond

In de eerste decennia van de vorige eeuw werd de zelfstandige werkhond serieus genomen. Hij stond zijn mannetje als beschermer, bewaker en jager. Hij werd gewaardeerd en dwong respect af. Op beeldmateriaal uit die tijd ziet men trotse (welgestelde) eigenaars dikwijls samen met hun hond poseren. Ketting- en trekhonden leden een hard bestaan. Aan hun welbevinden werd minder tot weinig aandacht besteed. In de vijftiger jaren was er meer ruimte dan nu die met een kleiner aantal honden gedeeld hoefde te worden. Boerderijhonden (voornamelijk reutjes op zoek naar een loopse teef) en vrije-uitloop-fikkies konden nog door het dorp bonjouren. Toch veranderde voor veel honden de situatie zoetjesaan. Het beeld ontstond dat de autonome straathond een luxe positie als huishond verwierf. De hond schikte zich en werd een statussymbool. Dat moest hij met zijn vrijheid bekopen. Mensen gingen voortaan anders met honden om. Buiten wandelde de hond voortaan aangelijnd, thuis werd hij vertroeteld. Tegenwoordig zien veel eigenaars hun hond als een geliefd gezinslid: hij hoort erbij. Dat heeft als ongewenst bijeffect dat honden hun eigen natuur verplicht moeten loslaten. Ze worden afhankelijker van hun baas en daardoor minder zelfstandig. Honden zijn enorm populaire huisdieren die hun eigenaar gezelschap, structuur en veel plezier kunnen bieden. De vraag die zich opdringt: hoe kunnen wij onze hond gelukkig maken?

 

cela den biesen 

Samen lachen en flauwekullen.

 

Achtergrond

In retrospect kan er gesteld worden dat mijn oneindige fascinatie voor honden al tijdens mijn kleutertijd begon. Begin jaren zestig luisterde ik naar ‘Roodkapje en de Boze wolf’. Ik had meteen mijn bedenkingen bij het sprookje. De twijfelachtige rol die de ‘wilde hond’ toebedeeld had gekregen, kon onmogelijk op waarheid berusten. Het was zo unfair. Moesten zijn twijfelachtige faam en naam niet gezuiverd worden? Op de lagere school leerde ik dat zonder uitzondering spreekwoorden over honden negatief zijn. De behoefte om dat recht te zetten begon te borrelen. Mijn generatie voedde zich met kinderboeken en strips (denk aan Bobby van Kuifje, Spits van Pietje Bell) waar het fenomeen antropomorfisme veel gebezigd werd. Tel daarbij legendarische seriehonden zoals Lassie op. Als naïef en kinderlijk televisiekijkertje leverde deze hondenheld het bewijs (de 16 stand-ins waren een goed bewaard geheim). Ik dichtte honden een grote mate van autonomie en het hebben van emoties toe. Mijn overtuiging werd weggehoond, maar ik bleef mijn eigenwijze kijk op die geweldige hond houden. Ik sloot letterlijk elke hond in mijn armen en slorpte alle voorradige hondenlectuur op. Alles wilde ik weten over die boeiende blaffers op vier poten en hun talenten. Ik moest ze doorgronden, wilde uitkristalliseren wat er in een hondenkopje omgaat: kijken, voelen en ruiken als een hond. Mijn ervaringen met (mijn) honden goot ik in verhaalvorm. Tegelijkertijd met hernieuwde inzichten door wereldwijd onderzoek naar het gedrag van honden, werden mensen zich bewust dat honden veel meer te bieden hebben als men dacht. Door positieve hondenverhalen (ik hoef geen feiten de verdraaien, ik zie het zo) te schrijven, hoop ik mensen te inspireren zodat alle honden het soortgerichte hondenleven krijgen waar ze recht op hebben.

 

Mensenwereld

De hond veilig door de mensenwereld loodsen door hem ongemerkt op humorvolle en inventieve wijze te begeleiden en te steunen. In mijn optiek is menige eigenaar vaak vooral gefocust op negatieve aspecten voorkomen. Ze dwingen de hond en leggen hem hun eigen wil op. Ze vergeten de goede eigenschappen van de hond te waarderen. Geef de hond respect en vertrouwen. Laat hem geregeld weten dat hij de beste is. Dat hij braaf is. Als jij het gelooft, gelooft de hond het (op den duur) ook.

Een veel gehoorde zin: ‘Ik kan inmiddels lezen en schrijven met mijn oude hond.’ Ze bedoelen: we begrijpen elkaar. Kruip als het ware in zijn huid om je in zijn situatie te verplaatsen. Leer zijn voorkeuren en hobby’s, weet wat hem beweegt, wat hem ontspant en speel daarop in. Inzicht, begrip en genegenheid zijn van cruciaal belang in elke relatie. Honden begrijpen prima dat er eisen aan hen worden gesteld. Andersom moet dat net zo zijn: als eigenaar heb je meer dan zorgplicht: jouw hond tot een gelukkige huishond maken door hem steun, evenwicht en veiligheid te bieden. Daarnaast mag een hond van jou verlangen dat hij soorteigen gedrag mag vertonen, je hem begeleidt, je voor zijn belangen opkomt en dat hij zich kan blijven ontwikkelen. Zo houd je zonder dat de hond het opvalt, de regie in handen. Want: jij vertelt, jij bepaalt, jij beslist.

 

Spreek jij Honds?

Wat zouden onze honden tegen ons zeggen als ze met woorden spreken konden. En hadden wij eigenaren dan nog wat te vertellen? Zou hij ons aftroeven met zijn alleszeggende weerwoord? Honden communiceren hardop met hun blaf, en zwijgend via hun lichaam (houding, mimiek, staart, oren, haren). Het vergemakkelijkt de relatie tussen mens en hond als we ons verdiepen in zijn gedrag en rastypische eigenschappen. Zo kun je met kennis en inzicht belangrijke signalen bij je hond herkennen. Probeer zoveel mogelijk te weten te komen van je hond. Door de gedragingen van je hond te observeren kun je stress, angst, blijdschap, kortom alle uitingen die belangrijk zijn herkennen. En wat voor ontspanning hij leuk vindt (enthousiaste spelletjes of liever iets gemoedelijks), of waar hij graag geaaid wordt, wil liggen enzo. Jouw juiste reactie bevordert bovendien de communicatie en relatie tussen jullie beiden. Wees extra alert op pijnklachten; honden verbergen liever dat ze iets mankeren en zullen zo lang mogelijk met hun normale programma doorgaan. Voor hen is het een teken van zwakte. Merk je dat de hond pijn heeft let daar dan extra op. Vergelijkingsmateriaal is zijn welbevinden. Ken jij de signalen die je hond uitzendt? Dan spreek jij Honds.

 

Twee zielen, een gedachte.

 

Voorbeelden

 

Surprise

Zie verrassen als een uitdaging. Zo blijft er voor de hond altijd iets om naar uit te kijken. Ren eens met hem mee, wees eens gek. Doe onverwachte dingen.

 

Tongentaal

Elke hond heeft unieke dingen.  Zo kan mijn hond hap-hap bewegingen met zijn lekker bekje maken als je het over eten hebt. Hij tongklakt ook om aan te geven wanneer ik expres met de vork over een nagenoeg leeg bordje schraap. Ik vergeet toch niet dat hij laatste restje van mijn bord mag schoon likken?! Maak ik de intonatie erg spannend dan strijkt hij zelfs met zijn tong langs zijn lippen. Een dergelijke respons geeft aan dat de hond mensentaal verstaat, en begrijpt wat je bedoelt. Ik vind dat knap.

 

Flexibel

(Kort) blaffen met een reden is toegestaan, omdat het een Hondse uiting is. Merk je aan de opgewonden toon dat er een aaneenschakeling van geblaf volgt, dan ben je hem voor met de vriendelijke (de intonatie is van wezenlijk belang) opmerking: ‘Eén keer is genoeg. Dankjewel!’ De hond krijgt de erkenning dat de eigenaar zijn waaktaak serieus neemt: ik ben gehoord. Boodschap begrepen. Verbluft zal hij zijn bek houden. Een andere manier om de hond het zwijgen op te leggen is op samenzweerderige toon te fluisteren. De hond begrijpt dat overstemmen ongewenst is.

 

Omdraaien

De hond valt uit naar iets of iemand. Bedenk dat de hond dit doet omdat hij te dicht bij datgene bevindt waardoor hij zich bedreigdof angstig voelt. Doe wat stapjes terug. Of reageer laconiek, steek er een beetje de draak mee. Niet ophitsend ‘zullen we ‘m gaan pakken’, maar ‘wat zou je er dan mee willen doen als je de kans krijgt.’ De hond verwacht een andere negatieve reactie, of een ruk en zal verbaasd en verbouwereerd, misschien zelf beledigd kijken (niets menselijks is de hond vreemd) maar het opwindende moment is mooi voorbij en je hond was wel meteen afgeleid en braaf.

 

Aanwijzing

De hond staat voor je met een vorsende blik: hij wil wat van je. Ga achter hem staan en zeg: wijs maar aan wat je bedoelt, loop er maar naar toe. Zo bracht mijn hond me naar de kast waar de koekjes staan. Oké, eentje dan om te je initiatief te belonen en te bevestigen dat we elkaar begrijpen. Snel daarna probeert hij het een tweede keer. ‘Had je echt gedacht dat ik daar nog een keertje in zou trappen?’ lach ik tegen hem. Hij lacht terug: je kunt het altijd proberen.

 

Misverstand

Wil een hond tegen je of iemand opspringen, laat dan het veel gehoorde ‘niet springen’ achterweg. Jouw hond kan het zomaar verkeerd verstaan: alleen het woordje springen. Kies liever voor het woord ‘laag’ dat kan hij onmogelijk misinterpreteren.

 

Verleiding en afleiding

Verbieden, nee zeggen, straffen of schreeuwen. Het is moeilijk om nooit ‘nee’ te verkopen. Zoek de uitdaging in ‘verleiden en afleiden’. De hond verlokken tot een geschiktere activiteit, uit eigen beweging laten volgen, of afleiden met speelse zaken of lekkertjes en daarmee het gewenste resultaat te bereiken. Het levert een resultaat op dat je bovendien kunt uitbouwen tot een hulpmiddel voor een volgende keer. Heb je een goede band met jouw hond dan kun je overleggen en de teugels wat laten vieren.

 

Beloven

Wees altijd eerlijk tegen de hond (oké een leugentje om bestwil is sporadisch toegestaan). Bijvoorbeeld: je wilt de hond van iets afleiden door hem in een andere richting te sturen. Spreek de waarheid als je daarvoor het begrip 'konijn' gebruikt. De hond ruikt aan het daadwerkelijk aanwezige spoor of je rechtuit bent.

Wil de hond nu spelen en heb je hem verzekerd dat je straks met het speelt, doe dat dan ook. Ondanks dat een hond een ander tijdsbesef heeft dan mensen, kun je hem wel beloven straks of later. Hij zal begrijpend dat hij het bedoelde tegoed heeft. Als je elkaar vertrouwt, kun je overleggen.

 

Doorzetten

Je hebt liever dat jouw hond in zijn eigen mand ligt, dan op bed of op de bank. In plaats van met hem te ‘discussiëren’ om hem van bank of bed af te krijgen, wijs je een alternatief aantrekkelijk gemaakt plekje aan dat je aanprijst als ereplaats. In tegenstelling tot opvoeding bij kinderen, laat je strijd tussen jullie beide achterwege. Het is de bedoeling dat de hond uit eigen beweging verkast. Polderen blijft, er zijn grenzen. Heeft hij een duwtje in de rug nodig? Maak er een vrolijk circusnummer van. Kiep de fauteuil een stukje naar voren of trek de deken op en hopla!

 

Hier

Op de hondenschool leer je het appel ‘hier komen’. ‘Hier’ klinkt zo bazig. ‘Ga je mee?’ nodig ik de hond uit, of ‘kom!’. Het is een retorische vraag die actie van zijn kant impliceert. De strekking is wel dat de hond het vriendelijke verpakte commando opvolgt. Sowieso roep ik de hond zo weinig mogelijk. Dat moet ook niet hoeven; een trouwe hond volgt zijn baas. Bovendien heeft een spaarzaam verzoek beduidend meer impact. Op fluiten, een neutrale oproep, reageert de hond door oogcontact te maken. Het heeft attentiewaarde, het is geen invitatie om te komen.

Enkele handigheidjes

Met de hond heb ik afgesproken dat hij aangeeft als er teken op zijn lichaam lopen. Hij doet dit door op de plek te krabben waar een teek zit als ik erbij ben.

We overleggen of de hond mag zwemmen (vooral bij koud weer handig of als de hond een wond heeft). Hij kijkt me met vragende blik aan: Mag 't? Blij als het mag, begrijpend als we een zwempartijtje overslaan. Heeft hij zelf geen zin om te zwemmen, dan breekt mijn hond de route naar het water af.

Onderweg in het bos mag de hond lekker los rennen. We spreken bij bepaalde plekken af. Dat kan meldplicht bij een bankje of poortje zijn, oogcontact bij het oversteken van een bospaadje, hoek=koek enz.

Uitschudden van de natte vacht voordat hij het huis binnengaat.

Een pilletje geven. 'Neem maar, is goed voor je.' De hond vertrouwt je, neemt het aan en slikt het door.

Kamers duiden. Zo kun je hem naar een bepaald vertrek leiden. Trap. Boven, beneden. Tuin of naar buiten.

Buiten. Vooruit, verder, hoog in de lucht, in de boom, daar, links, rechts, rechtdoor, afslaan, dieren duiden, namen van honden, mensen, winkels naar de afvalbak (voor het gevulde poepzakje, waar naar toe, kijk achterom, voor je, verder, beneden. en ga zo maar door. Allemaal zaken die jij onbedoeld vaak voor de hond uit handen neemt, terwijl hij dat zelf goed kan.

Onderweg water meenemen. Heb je dorst? Ja of nee. Hoef je het alleen te pakken als hij het aangeeft.

Geen water bij? Hij weet feilloos de vaste plekken te bezoeken waar een poel te vinden is. Hij kijkt me aan. Ik zeg: ‘Is goed Ga maar.’ We weten dan beiden waar hij naar toe gaat.

Randvoorwaarden

Elke methode heeft voor- en nadelen; starre regels leggen beperkingen op. De Kluifje Kijk is een vrije visie die alles toestaat zolang eigenaar en hond zich daar beiden goed en veilig bij voelen. Iedereen maakt zijn persoonlijke versie. Een hond kan uitstekend functioneren als hij zijn natuur, zo ver als dit mogelijk is, mag volgen. Er wordt veel met de hond ondernomen en nogal wat van hem verwacht. Elke hond heeft een uitlaatklep nodig. Hoe vaak en wat, hangen van de spanningsgraad en hoe snel een hond spanning afbouwt af. Door middel van entertrainment (een combi van entertainment en trainen) oefent jouw hond spelenderwijs de dingen die voor hem en jou noodzakelijk zijn om in de mensenwereld te functioneren. Geef de hond de gelegenheid zaken zelf uit te zoeken. De intelligentie en inventiviteit van honden wordt onderschat. Voor elke situatie kun je met een beetje fantasie foefjes te verzinnen. Het kost wat meer tijd en energie, maar je hond is toch je hobby?!

Voorstellen voor een individueel masterplan:

Leef je in en (samen) uit!

Sturing geven in plaats van de baas willen spelen.

Overbezorgdheid intomen en vertrouwen hebben.

Bekijk de wereld eens op zijn ooghoogte en verplaats je in zijn situatie.

Laat niemand je plezier met de hond vergallen. Kom altijd op voor je hond!

De hond toevertrouwen zijn eigen natuur te volgen.

Leer van honden. Ze verbreden je horizon en laten je vanuit een onbekend perspectief kijken.

Als eigenaar kun je geen groter compliment krijgen dan wanneer je hond je vrijwillig volgt omdat hij graag bij je is.

Als de brave hond het idee heeft dat hij volop de gelegenheid krijgt om zich op zijn manier uit te leven, dan heeft hij rust in plaats van het gevoel dat hij iets mist. Bijvoorbeeld vrij rennen, loslopen, andere soortgenoten ontmoeten, spelen met andere honden, snuffelen ...

Schep voorwaarden waarin jij en jouw hond goed gedijen. In een discutabele relatie lopen zaken niet vloeiend. Bewaar bij een strubbeling je kalmte en creëer eerst rust door de hond weer zichzelf te laten worden. Ga geen discussie met de hond aan. Breek het moment af. Strijd is ongewenst en onnodig. Handig wanneer je tolerantiegraad iets hoger dan gemiddeld is. Bij eventuele excessen (angst voor een bepaalde situatie) vaar je blind op elkaars vertrouwen, waardoor herstel veel soepeler en vlotter verloopt.

Kant-en-klaarpakketten of instantoplossingen bij problemen zijn een utopie. Als de hond slecht functioneert, is dat door jouw toedoen. Je geeft geen goede begeleiding, bent onduidelijk. Hebben jullie wel een match?

Uitlaten is geen verplichting, het is een ontspannen uitje voor beiden.

In balans met elkaar, gaan zaken als vanzelf.  Soms leg je een bepaalde actie aan de hond uit om vooral jezelf te overtuigen.

Laaf je aan de deskundigheid van professionals. Druist iets tegen jouw gevoel in, zie er dan vanaf. Conformeren aan de norm is nergens voor nodig. Openstaan voor advies, maar je eigen weg volgen: wat past bij jou en je hond. Ieder individu heeft zijn eigen persoonlijkheid, karaktereigenschappen en manier van doen. Maak daar gebruik van. De toetssteen: hond en eigenaar voelen zich prettig en veilig bij elkaar.

Wil je op dezelfde golflengte als jouw hond zitten, schaf dan bij voorkeur een hond aan die qua eigenschappen, karakter (en exterieur) bij je past.  Da’s wel zo bevorderlijk voor de chemie tussen jullie. Met andere woorden: als je elkaar mag, kun je veel meer van elkaar hebben.

Geen creatief brein? Klik voor 1001 speelse spelletjes hier. Of laat je inspireren door mijn verhalen. Veel plezier! Cela den Biesen.